De zomervakantie is (bijna) ten einde. Mensen keren terug van hun vakantiebestemming en gaan weer aan het werk. Ook ik ben weer thuis na een kampeervakantie in de bergen. Naar werk keer ik echter nog niet terug. Ik blijf nog een paar weken ‘hangen’ in een bijzonder land: het land Sabbaticalia waar ik sinds april van dit jaar vertoef, met playa Gardenia als mijn favoriete plek.

Een jaar geleden besloot ik om een sabbatical te nemen van een half jaar: van april tot oktober 2019. Een periode om meer te lummelen, lezen en schrijven: iets waar ik al een tijdje naar verlangde. Ik vond het een spannende beslissing. “Kun je als zelfstandig ondernemer wel langere tijd vrij nemen?” vroeg ik me af. “Hoe zouden opdrachtgevers hierop reageren? En wat zou ik er zelf van vinden: een periode zonder klussen, met veel minder mensen om me heen en met veel minder ‘externe kicks’?”. Want eerlijk is eerlijk: een compliment van een klant of applaus van een zaal na een presentatie; daar krijg ik best een prettig gevoel van. Zou ik wel zonder kunnen?

Inmiddels ben ik ruim 4½ van de beoogde 6 sabbaticalmaanden onderweg. De eerste maand was ploeteren. Ik moest, voor mijn gevoel, van 140 kilometer per uur op de linkerbaan naar in slakkengang door een woonwijk. Ik dronk koffie met jan-en-alleman en fietste met mijn kinderen in drie dagen naar opa en oma (116 kilometer verderop). Maar ik hield een onrustig gevoel. Met dank aan een onkruidexplosie in mijn tuin en vriendin Kaydee, die mij meenam op haar wekelijkse wandelingen, kickte ik zoetjesaan af van mijn drukke werkleven.

Zes weken na de start van mijn sabbatical lukte het me zowaar/pas (?) om een hele dag niks ‘werkerigs’ te doen zonder me daar klaploperig over te voelen. Om half 11 ’s ochtends – op een maandag notabene – ging ik naar een film over het leven van Rudolph Nureyev; de wereldberoemde, overgelopen Russische balletdanser. Ik was verreweg de jongste bezoeker. Daar zat ik, tussen voornamelijk vrouwen van mijn moeders leeftijd. De bejaarde BFF’s dronken thee en loerden naar me. Het voelde alsof ik twintig jaar te vroeg vrij was (Wellicht een goede remedie voor onrealistische verlangens naar eerder stoppen met werken. Ga eens op maandagochtend naar de film. Dan ervaar je gewoonweg aan den lijve dat het je tijd nog niet is om je werk aan de wilgen te hangen. Althans, zo ervoer ik het ;)).

Na die maandagochtend ervoer ik meer ruimte in mijn hoofd om te onderzoeken, lezen, leren en schrijven; dat wat ik voor ogen had met deze sabbatical. In het kader van ‘walk my talk’ schreef ik me in bij Marjanka Houben voor het gratis Loopbaanadvies 45+ (aanrader x 2; zowel de regeling als Marjanka). Ik las een stapel artikelen en boeken die ik de afgelopen jaren had verzameld maar waar ik steeds geen tijd voor had, en leerde zo o.a. over motiverende werkkenmerken en de relatie tussen ontwikkel i-deals[1] en betrokkenheid. Daarnaast volgde ik online de cursus “The Science of Well-being” van Laurie Santos, hoogleraar Psychologie aan de Universiteit van Yale. Een inspirerende ervaring. Santos ontwikkelde een collegereeks voor haar gestreste studenten, waarin ze wetenschappelijke inzichten over (werk)geluk en welbevinden combineert met praktische oefeningen om een gelukkiger leven te leiden. Om je beter te voelen, helpt het bijvoorbeeld om meer te slapen, mediteren en bewegen. Dat laatste weet ook Ben Tiggelaar, getuige zijn column in het NRC. Meer slapen was vanwege de sabbatical geen probleem. En bewegen deed ik ook al vaker dan anders, vanwege mijn eerder genoemde wandelingen met Kaydee. Dus besloot ik, op aanraden van Santos, om een maand lang bewust te experimenteren met meditatie. Dat voelde voor mij soms een beetje ‘awkward’ (ik kan niet zo goed stilzitten), en het lukte me ook echt niet elke dag, maar ik snap nu wel veel beter wat Santos bedoelt.

Santos’ kennis en tips zijn mijns inziens niet alleen interessant voor studenten. Iedereen die wil werken aan zijn of haar eigen werkbevinden, of dat van collega’s, heeft er baat bij. Het laatste deel van mijn sabbatical gebruik ik daarom om de inzichten uit die Yale-cursus te vertalen naar de Nederlandse werkpraktijk, in de hoop daar na 1 oktober mensen en organisaties verder mee te versterken via artikelen, lezingen, workshops en advies. Want op 1 oktober start ik weer in mijn ‘oude’ baan. Niet omdat het moet, maar omdat ik dat wil.

Verandert er dan niets door deze sabbatical? Zeker wel. Binnen mijn werkveld, duurzame inzetbaarheid, wil ik bijvoorbeeld meer focussen op het thema welbevinden en op het stellen van (werk)doelen waar je (wél) gelukkig van wordt. In dat kader ben ik zelf voornemens om iets minder ver en vaak te reizen voor opdrachten en om ook tussentijds meer lummeltijd en koffiemomenten in te lassen. Want het is toch eigenlijk bezopen dat ik eerst 9½ jaar voortraasde, om me vervolgens heel rigoureus zes maanden vrij te gunnen? In de toekomst wil ik proberen om deze twee extremen meer parallel te laten lopen. Lekker werken en lummelen tegelijkertijd. Zal het me gaan lukken? Ik ga ervoor.

 

Tot 1 oktober!

Hartelijke groet,

Cristel

[1] Een idiosyncratische deal (kortweg: i-deals) is een maatwerkafspraak die een medewerker en een leidinggevende op de werkvloer uitonderhandelen en die goed is voor de medewerker, goed is voor de organisatie en acceptabel voor collega’s (Rousseau, 2005).

Beeld: Maria Shanina op Unsplash