Vorig jaar rond deze tijd was ik druk. Heel druk. Het werkte stroopte zich op omdat ik er, op 1 april 2019, voor 6 maanden tussenuit zou gaan. 1 april 2019: de start van mijn zelfverkozen sabbatical. Een periode vol reflectie en onderzoek. Met tijd om te lezen en te schrijven. Zonder opdrachten. Vooral dat laatste trok me aan. Even geen projecten. Even geen deadlines. Even geen haast of stress.

Ik keek er ongelofelijk naar uit.

Inmiddels zijn we een jaar verder. Het is weer bijna 1 april. En weer heb ik een opdrachtluwe periode voor de boeg. Niet zelfverkozen dit keer. En dat voelt anders. Heel erg anders. Rusteloos, ongemakkelijk en met de concentratie van een fruitvlieg zoom, skype, mail en bel ik mij door de dagen heen. Probeer ik er wat van te maken. Het werk ‘gewoon’ te laten doorgaan, tussen het homeschoolen door.

Waarom eigenlijk?

Bij mijn rentree, op 1 oktober vorig jaar, stonden er immers nog een heleboel dingen op mijn sabbaticalwensenlijstje. Dingen die ik had willen doen in mijn destijds zo zorgvuldig geplande en goed voorbereide lummeltijd, maar waar ik –  ondanks de zee van ruimte – toch niet aan toegekomen was. Ik had namelijk nog (meer) artikelen willen lezen, boeken willen schrijven, presentaties willen maken, perkjes willen schoffelen en mijn huis willen Marie Kondo’en. Allemaal niet gelukt.

Dan ga ik dat nu toch alsnog doen?

Zou je denken. Maar zo werkt het kennelijk niet. Want dit keer is alles anders. Heb ik er niet zelf voor gekozen. Hoor ik mensen om me heen die nu al moeite hebben om de eindjes aan elkaar te knopen. Ben ik bezorgd om mijn (schoon)ouders en alle andere mensen met een zwakkere gezondheid, die dit virus toch vooral niet moeten krijgen. En vraag ik me af wat voor een baan ik eigenlijk heb. Een bullshitbaan misschien? Wel eentje die ik leuk vind. Verwarrend hoor.

Hoe verder?

Dit weekend realiseerde ik me dat ik er, tijdens mijn onderzoeks- en ontwikkelsabbatical, de eerste weken ook helemaal niet lekker bij zat. Ook toen was ik in een paar dagen tijd van 100 naar 0 gegaan: van superdruk naar superrustig. Ook toen voelde ik me in het begin ongedurig en ongemakkelijk. Een paar weken later had ik me een nieuw ritme eigen gemaakt. En weer ietsje verder lukte het me zelfs om dat nieuwe ritme te omarmen. Vanaf dat moment kon ik pas lezen, schrijven en lummelen als de beste. En werd ik creatief en productief tegelijkertijd.

Ik hoop dat dat ook nu gebeurt. Met ons allemaal. Dat we het nieuwe ritme gaan ontdekken, ervaren, omarmen en waarderen. Dat we ons ongemak verduren. Opdat we uiteindelijk de rust vinden om bijvoorbeeld een online cursus te volgen of een brief te schrijven aan iemand die we dankbaar zijn. Of om digitaal (via skype, zoom of teams) koffie te drinken met onze buurvrouw, vader of collega, met wie we ouwehoeren over werk, leven, liefde en gezondheid. Dat we nieuwe business modellen bedenken waar we duurzaam beter van worden, als mens en maatschappij. En dat we samen de moed erin houden en de schouders eronder zetten.

Maar mijn liefste wens is dat we straks, als deze corona-ellende voorbij is, niet massaal doen wat ik vorig jaar deed: zodra het kon weer keihard mee-rennen in de mede door mijzelf opgewekte maalstroom. Ik hoop het, ik wil het en ik ben vast voornemens om het deze tweede keer anders, beter te doen.

Tot die tijd ploeter ik voort.