Dit blog is eerder verschenen op De Ondernemer.

,,Je hebt een goede offerte geschreven”, zegt de potentiële opdrachtgever. Hij geeft me een vette knipoog. ,,Als je een keer met me gaat eten (knipoog), krijg je de opdracht zeker”. Een nog vettere knipoog volgt. ,,Dacht het niet”, denk ik. Maar dat zeggen? Ho maar. Ik stop mijn notitieblok in mijn tas, mompel ,,had je verder nog vragen”, sta op en vertrek. Het etentje is er niet van gekomen. De opdracht heb ik nooit gekregen.

Dit voorval stamt al weer van jaren terug. Eerlijk gezegd was het naar de achtergrond verdwenen in mijn geheugen. Maar de afgelopen weken kwam het terug in mijn gedachten. Net als de keer dat een vage zakenrelatie me hartstochtelijk omhelsde tijdens een conferentie ten overstaan van zijn collega’s. En ineens was daar ook weer de projectmanager die me inhuurde om een tweedaagse te begeleiden voor zijn projectteam. Hij vroeg me, zogenaamd grappend, of hij een aparte hotelkamer voor me moest boeken of dat ik ‘uit kostenbesparing wel tijdelijk bij hem zou intrekken’.

Het waren stuk voor stuk onaangename situaties waar ik nooit wat van zei. Waarom eigenlijk niet, vraag ik me af sinds de uitzending van BOOS over de misstanden bij The Voice of Holland. Omdat het niet past bij het beeld dat ik van mezelf heb; een vrouw die stevig in haar schoenen staat en die tegen een stootje kan? Omdat ik de kerels die het deden vooral zag als een stelletje sneuneuzen en me door hen nooit echt onveilig heb gevoeld, hooguit ongemakkelijk? Omdat ik genoeg andere opdrachten had, en ik niet afhankelijk was van deze klussen? Omdat ik gewoonweg niet ad rem genoeg was om er wat van te zeggen? Of omdat ik het thuis en met vriendinnen van me af kon mopperen en lachen? Waarschijnlijk is de reden van mijn zwijgen een combinatie van dit alles. Maar ik ben er niet trots op. Ik had het wel moeten doen. Ik had er wel wat van moeten zeggen. Weet ik nu. Vind ik nu. Want ik kan dan wel voor mezelf besluiten dat ík het allemaal niet zo erg vind, maar daarmee heb ik wel bijgedragen aan het laten ontstaan van een cultuur op de werkvloer (welke werkvloer dan ook) waarbij sommige mensen denken dat ze dit soort dingen zomaar kunnen zeggen en er nog mee wegkomen ook. Misschien is er wel iemand na mij geweest die de opdracht niet kon laten schieten, die zich weldegelijk onveilig voelde, die geen supportsysteem had om de onaangename situatie van zich af te praten. Die persoon heb ik met mijn stilzwijgen niet geholpen. Mezelf ook niet trouwens.

De afgelopen weken is er veel geschreven over het creëren van een veilige werkomgeving binnen bedrijven. Maar wat kun je doen als je als zelfstandige wordt geconfronteerd met grensoverschrijdend gedrag? Je bent vrijer en tegelijkertijd minder beschermd dan een medewerker. Zelfstandig ondernemers werken weliswaar niet onder gezag, maar ook in hun werkrelaties kan macht een factor zijn die het moeilijk maakt om ongewenst gedrag aan te kaarten. Weet dat vertrouwenspersonen en klachtenprocedures van opdrachtgevende partijen ook open dienen te staan voor toeleveranciers. Want elke werkende, ongeacht contractvorm, heeft recht op een veilige werkomgeving. Om jezelf te beschermen heb je als zelfstandige bovendien buffers nodig. Genoeg geld, genoeg alternatieve opdrachten, genoeg vitaliteit, vakmanschap en verandervermogen en genoeg mensen om je heen waarmee je rotervaringen kunt delen. Juist die buffers maken je vrij als een vogel in plaats van vogelvrij. Je kunt erdoor uitbreken uit zieke machtsafhankelijke werkrelaties.

Toch komen we er niet met buffers, vertrouwenspersonen en klachtenprocedures alleen. Vergelijk het met een gevaarlijke weg waar ongelukken gebeuren. Die weg laten we liggen maar we maken wel een speciaal nummer (‘loket’) waar je naar kunt bellen als je op die weg een ongeluk hebt gehad. Daarmee wordt die weg niet per se minder gevaarlijk. Er is dus meer nodig dan louter goede intenties en dito beleid. We moeten er met elkaar over praten. Dat gesprek is inmiddels in volle gang. Nu is het zaak om het vol te houden en voort te zetten, hoe moeilijk ook. Er ligt een schone taak voor beroeps- en brancheverenigingen om zelfstandigen hierbij te ondersteunen, als je het mij vraagt. En om te doen wat ik vind dat moet gebeuren, maak ik hierbij een start. Dus, wil jij met mij hierover doorpraten? Dat kan. Ik zal mijn best doen om je een luisterend oor te bieden en je van advies te voorzien. Maar weet: ik kan het zelf ook nog niet zo goed…

Beeld: Philipp Wüthrich